Kennisveiligheid

Artikel

De veiligheid van de kennis die aanwezig is onder het dak van de Nederlandse universiteiten, staat steeds meer in de publieke en politieke belangstelling.

Internationale samenwerking is cruciaal voor universiteiten. De Nederlandse universiteiten werken samen met onderzoekers van over de hele wereld om toonaangevend wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen. Daarbij hechten universiteiten sterk aan de academische waarden en vrijheid van denken. Deze kunnen onder druk komen te staan door ongewenste kennisoverdracht of als onderzoekers aangezet worden tot zelfcensuur. De universiteiten onderschrijven niet alleen de academische vrijheid als kernwaarde, maar nemen ook hun verantwoordelijkheid in het beschermen daarvan. In dit complexe vraagstuk hebben de universiteiten al een staande praktijk van screening en risico-afweging ontwikkeld. Daarbovenop is de sector op eigen initiatief begonnen aan het opstellen van een richtlijn voor kennisveiligheid. Deze richtlijn wordt in de eerste helft van 2021 gepubliceerd. In de richtlijn nemen we onder meer risicokaders mee. Het gezamenlijk doel is het hoger onderwijs minder kwetsbaar maken voor dreigingen zoals manipulatie, sabotage van wetenschappelijk onderzoek en het weglekken van gevoelige wetenschappelijke kennis. Daarnaast mag de openheid en toegankelijkheid van het onderwijs en onderzoek niet aangetast worden. Aanvullend op onze eigen inzet zijn we ook scherp op de verdeling van verantwoordelijkheden tussen universiteiten en de rijksoverheid. Coördinatie van nationale veiligheid is geen taak voor de universiteiten. Er volgt, zoals ook in de Kamerbrief over kennisveiligheid uit november 2020 aangekondigd, nader overleg en bestuurlijke afspraken tussen de overheid en de universiteiten – daarbij hebben we ook oog voor de administratieve lasten. Dit laat onverlet dat universiteiten dit onderwerp uitermate serieus nemen en er hard aan (samen)werken.