Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Naar aanleiding van het Klimaatakkoord heeft het kabinet met het Nationale Klimaatakkoord de ambitie uitgesproken om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen met 49% ten opzichte van 1990. Universiteiten hebben een belangrijke rol in de energietransitie en pakken hun verantwoordelijkheid.

Contact

Universiteiten dragen op verschillende manieren bij aan het terugdringen van broeikasgassen en de verduurzaming. De ambitie van de universiteiten is om uiterlijk 2050 een CO2-neutrale campus te hebben. Voor een CO-2 neutrale campus werken we volgend de volgende principes: 

  1. Grote ingrepen in gebouwen vinden zoveel mogelijk plaats op de natuurlijke momenten van vervanging en groot onderhoud van de gebouwen. 
  2. Overal wordt de trias energetica toegepast: de energievraag wordt zoveel mogelijk teruggebracht, de dan nog benodigde energie wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt of ingekocht en de dan nog benodigde fossiele energie wordt zo efficiënt mogelijk gebruikt.
  3. Aardgas wordt uitgefaseerd door gebruik te maken van een individuele of collectieve Warmte-Koude Opslag, een centraal warmtenet of door geothermie.
  4. Alle gebouwen gaan op termijn over op LED-verlichting. 
  5. Universiteiten vernieuwen de komende 10 jaar een aanzienlijk deel van hun vastgoed. Daarmee zal een grote energiebesparing worden gerealiseerd.

 

De universiteiten hebben alle geplande maatregelen laten doorrekenen. De verwachting is dat er in 2050 in totaal 27% van het energiegebruik is teruggedrongen ten opzichte van 2005 en dat de rest duurzaam wordt opgewekt of ingekocht. De CO2-uitstoot wordt hierdoor verminderd met 84% in 2030 en 96% in 2050. 

Om een CO-2 neutrale campus te realiseren doen universiteiten onder andere mee aan de nationale meerjarenafspraken energiebesparing (MJA-3). Daardoor hebben zij hun toerekenbaar primair fossiel energiegebruik in de afgelopen periode teruggebracht door de opwekking en inkoop van duurzame energie. In VSNU-verband is het convenant MJA-3 in 2008 getekend. De afspraak in dit convenant is om in de periode 2005-2020 30% energie-efficiencyverbetering te halen. In 2021 zal duidelijk worden of universiteiten dit hebben gehaald. De energie-efficiencyverbetering wordt tot stand gebracht door het nemen van maatregelen voor: (i) procesefficiencyverbetering; (ii) besparing in de keten en (iii) het gebruik van hernieuwbare energie. De verplichting uit het convenant is dat de deelnemers hun goedkeurde energie efficiency plannen (EEP) uitvoeren of gelijkwaardige alternatieven uitvoeren. In dit rapport worden de in 2018 behaalde resultaten vergeleken met het voorgaande jaar 2017 en 2005 (start convenant). Oudere jaargangen kunt u vinden op de website van RVO

In VSNU verband is in 2019 een eerste routekaart Klimaatakkoord opgesteld. Deze routekaart is begin 2020 nader uitgewerkt in scenario's voor 2030 en 2050. Universiteiten zetten met deze scenario's in op een uitstootreductie van 84% in 2030 en 96% in 2050. Daarmee dragen we bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen.