Nieuwe

onderwijsvisie

‘Goedemorgen Professor’: dat is de gezamenlijke universitaire toekomstvisie op het hoger onderwijs. Deze visie is een weergave van de discussies over toekomststrategie die de universiteiten de afgelopen jaren met studenten, medewerkers en andere stakeholders hebben gevoerd. In deze visie zijn universiteiten anno 2025 ‘bolwerken van reflectie en beschouwing, met de hoogleraren als centrale kennisdragers en magneet’. De langverwachte strategische agenda voor het hoger onderwijs van minister Jet Bussemaker sluit goed op de nieuwe visie aan.

‘Goedemorgen Professor!’

 

In ‘Goedemorgen Professor’ presenteren de universiteiten de gezamenlijke universitaire toekomstvisie op onderwijs. Wat zien we om ons heen, wat zijn onze ambities en wat is daar voor nodig? Deze visie is het resultaat van een meerjarige discussie over de toekomst van het onderwijs en bevat negen ambities, en een reeks aanbevelingen die nodig zijn om daar te komen. De stip op de horizon? ‘In 2025 volgt een internationale groep studenten vakken over de hele wereld, online en op de campus. Universiteiten maken gebruik van elkaars aanbod. Studenten weten zich gezien en erkend door hun docenten. Met een ‘Goedemorgen Professor’ loggen zij in op hun persoonlijke digitale leeromgeving voor een live-sessie met hun docent. Samen zijn de studenten en docenten verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en voor de studiecultuur. De studenten worden opgeleid voor een carrière in of (voor de meesten) buiten de muren van de universiteit. Universiteiten  werken samen met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties op regionaal, nationaal en internationaal niveau’.

Bron: VNSU

Bron: NU.nl

Minister lanceert onderwijsagenda

 

Er is lang uitgekeken naar de Strategische Agenda van minister Bussemaker, maar begin juli is het zover. Meer contact tussen docenten en studenten, rijke leeromgevingen, kwalitatief goede docenten en ruimte voor onderwijsvernieuwing; dat is een aantal kernpunten uit haar agenda.

VSNU-voorzitter Karl Dittrich vindt het ‘een mooie en ambitieuze agenda

“Maar laten wij ook realistisch zijn”, waarschuwt hij. “De budgetten blijven beperkt en wij zullen nog steeds voor lastige keuzes komen te staan. Universiteiten vragen daarom om vertrouwen en voldoende ruimte om op lokaal niveau, samen met de medezeggenschap, de prioriteiten te stellen.”

 

 

Bron: VSNU

Debatten over onderwijs van de toekomst

 

In november en december debatteert de Tweede Kamer over de Strategische Agenda. Het debat wordt voorafgegaan door hoorzittingen waaraan ook medewerkers en bestuurders van universiteiten deelnemen om hun visie in te brengen. Centraal in de debatten staan de toekomstige kwaliteitsafspraken met universiteiten en hogescholen, de besteding van de middelen uit het studievoorschot, internationalisering en de mogelijkheid tot flexibel collegegeld voor studenten. Een meerderheid van partijen benadrukt het belang van bottom-up kwaliteitsafspraken. Die moeten binnen de instellingen in samenspraak met medezeggenschap en stakeholders worden gemaakt.

Een maand eerder, in september, debatteren studenten, docenten, bestuurders, werkgevers en politici tijdens het VSNU-Café. Hoe ziet het universitair onderwijs er in 2025 uit? Wat betekent dat voor de student, zijn studieomgeving, zijn plaats in de maatschappij en hoe bereidt de universiteit hem daarop voor? Een warming up voor het debat in de Tweede Kamer.

 

Discussie over accreditatie duurt voort

 

Minister Bussemaker stuurt vlak voor het zomerreces een Kamerbrief over het nieuwe accreditatiestelsel. Ze wil het huidige stelsel verbeteren en de administratieve lasten terugdringen. De VSNU is blij dat de minister onderkent dat de administratieve lasten van het huidige stelsel te hoog zijn en het stelsel meer uit moet gaan van vertrouwen. Een pilot met instellingsaccreditatie is een belangrijke stap in de goede richting, omdat die ook het gevoel van eigenaarschap vergroot onder universitair personeel en studenten. De VSNU vindt wel dat de pilot opengesteld moet worden voor alle universiteiten die mee willen doen.

In het najaar stelt de Kamer de beslissing over het nieuwe accreditatiestelsel uit. De politieke discussie loopt in 2016 dus nog even door.

 

Bron: VSNU

Inzet middelen studievoorschot voor huidige student

 

Het hele jaar door staat de discussie centraal over de besteding van de middelen die vrijkomen door de invoering van het Studievoorschot vanaf 2018. De universiteiten verwelkomen de middelen uit het studievoorschot om te kunnen investeren, maar vragen de overheid tegelijkertijd om realistisch te zijn. De middelen voor universiteiten bedragen geen 1 miljard maar 236 miljoen euro, vinden zij. Ze komen bovendien geleidelijk vrij, en zijn pas over een kleine tien jaar op hun hoogtepunt.

De VSNU publiceert vlak voor de zomer een overzicht van de investeringen die universiteiten de komende jaren zelf al doen, om ook studenten van nu al te laten profiteren van de kwaliteitsimpuls. Universiteiten voorinvesteren uit eigen middelen om de huidige studenten – die minder studiefinanciering ontvangen – te compenseren met beter onderwijs.

 

 

 

Bron: VSNU

In de media