Print
 
 

De campus van morgen: Investeringen in huisvesting cruciaal om toenemende studentenaantallen een plek te bieden

 

Moderne huisvesting en faciliteiten zijn cruciaal voor het realiseren van baanbrekend onderzoek en goed onderwijs. Wetenschappers zijn voor het doen van nieuwe ontdekkingen afhankelijk van de nieuwste apparatuur en studenten vragen om moderne werkplekken. Waar tien jaar geleden nog werd gedacht dat de campus steeds virtueler zou worden, is nu duidelijk dat studenten en medewerkers een blijvende behoefte hebben aan fysieke ontmoeting en samenwerking op de campus.


Dit is één van de belangrijke conclusies uit het rapport Campus NL uit december 2016. Het goed managen van de campus wordt echter een steeds complexere opgave. Het is steeds lastiger in te schatten hoeveel en welk type ruimte over tien, twintig of dertig jaar nodig zal zijn. De coronacrisis draagt aan de onzekerheid bij. Digitaal onderwijs is in een stroomversnelling geraakt, maar de campus zal ook fysieke ontmoetingsplekken moeten kunnen bieden aan de verwachte groei in studentenaantallen.


Volgens voorspellingen uit 2021 zullen er zo’n 400.000 studenten ingeschreven staan op Nederlandse universiteiten in 2027. Daarnaast veranderen de functionele eisen aan onderwijsruimtes en labs steeds sneller door wijzigende onderwijsmethoden en onderzoeksthema’s. De verduurzamingsopgave, strengere regelgeving, hogere eisen van gebruikers en het toenemend gebruik van ICT-voorzieningen zijn ook voorbeelden van trends die de functionele eisen aan universiteitsgebouwen sterk beïnvloeden.


Huisvesting en onderhoud van de gebouwen is de afgelopen jaren een groeiend probleem geworden. Dit onderschrijft ook het rapport van Strategy&, de consultancy tak van PwC, dat in februari 2021 werd uitgebracht. Extra inkomsten die universiteiten de afgelopen jaren ontvingen voor onderwijs en onderzoek zijn ingezet om extra wetenschappelijk personeel aan te trekken. Voor andere investeringen, waaronder faciliteiten en huisvesting, bleef weinig ruimte over. PwC stelt het volgende:


“De extra inkomsten voor onderwijs en onderzoek hebben weinig ruimte geboden om indirect ondersteunend personeel aan te nemen en/of te investeren in faciliteiten en huisvesting. (…) Terwijl de sector in 2018 21% meer studenten en 16% meer medewerkers telt dan in 2010, zijn de investeringen in huisvesting, apparatuur en inventaris in diezelfde periode juist met 17% gedaald.” (p. 75)

 

Het verschilt per universiteit hoe oud de gebouwen zijn en in hoeverre er binnenkort veel vervangen m

oet worden. Dit verklaart mede de variatie in het eigen vermogen en de liquide middelen van universiteiten in de afgelopen jaren. Meer over de financiële positie van universiteiten vindt u hier.

 


Bron: Toereikendheid, doelmatigheid en kostentoerekening in het mbo,hbo en wo&o; PWC Strategy& februari 2021