Print
 
 

 

De dalende rijksbijdrage en de druk op onderwijs en onderzoek

 

De Nederlandse universiteiten behoren qua onderzoek en onderwijs tot de wereldtop. Helaas wordt het behouden van deze positie de komende jaren steeds lastiger. Waar landen als China en Duitsland steeds meer in hun universiteiten investeren, loopt de financiering in Nederland terug. En dat terwijl het aantal studenten juist groeit. PwC Strategy& heeft in 2021 berekend dat universiteiten per jaar €1,1 miljard tekortkomen om het huidige ambitieniveau waar te maken.

 

Tussen 2000 en 2021 is het aantal studenten aan Nederlandse universiteiten bijna verdubbeld. Volgens voorspellingen uit 2021 zal het aantal nog verder zal stijgen tot zo’n 400.000 studenten in 2030 (bron: OCW Referentieraming 2021). Daarnaast kiezen studenten vaker voor bèta en technische opleidingen, die relatief duurder zijn dan de alfa en gamma studies. Beide trends zijn belangrijke verklaringen voor de oplopende kosten van Nederlandse universiteiten.

 

De Nederlandse universiteiten zijn voor een groot deel bekostigd met publieke middelen. De hoogte van dit budget verschilt per jaar en is onder andere afhankelijk van de studentenaantallen. Voor iedere student krijg de universiteit een bedrag dat door de Nederlandse overheid wordt vastgesteld, de zogenaamde rijksbijdrage. Helaas is deze financiering per student de afgelopen jaren sterk afgenomen. Waar de rijksbijdrage in 2002 nog zo'n €19.500 bedroeg, is dit teruggelopen naar €15.500 in 2021 (beide cijfers op prijspeil van 2020). Dit is een daling van maar liefst 20%.

 

De dalende rijksbijdrage blijft niet zonder gevolgen. Met kunst- en vliegwerk lukt het de wetenschappers en docenten nog om de prestaties op niveau te houden, maar er zijn voldoende signalen dat dit steeds lastiger wordt. De werkdruk wordt als hoog ervaren, de student-docent ratio bij opleidingen loopt snel op, en extra onderwijsdruk beperkt de ruimte voor onderzoek. De beperkte financiële vrijheid dwingt onderzoekers op zoek te gaan naar projectfinanciering, waarmee de aanvraagdruk verder toeneemt en de kans op een succesvolle financieringsaanvraag vermindert. Deze negatieve spiraal draagt bij aan de hoge werkdruk op de universiteiten en heeft een nadelige invloed op de aantrekkingskracht van de sector in het algemeen. De roep om meer structurele financiering wordt daarom steeds sterker. 

 

PWC Strategy heeft berekend dat universiteiten €1,1 miljard (€800 miljoen structureel en €300 miljoen incidenteel) tekort komen om huidige ambitieniveau waar te maken. Deze berekening gaat echter over de periode 2010 - 2018. De VSNU heeft doorgerekend wat het tekort gaat zijn indien studentenaantallen blijven groeien, wat de verwachting is, en als het beleid niet wijzigt. In 2021 is het structurele tekort verdere gegroeid naar €1,1 miljard. Samen met het incidentele tekort van €300 miljoen is het geschatte tekort opgelopen naar €1,4 miljard. De verwachting is dat het tekort verder oploopt komende jaren.